|
|
|
van den Berg
van Vught
Jongedijk
van Dinther |
Maria Ales Meester 1879
Hoewel het niet gebruikelijk is dat een niet direct familielid een eigen pagina krijgt, heb ik er toch 1 gegeven aan Maria. Het toeval wil namelijk dat ene Klaas de Winkel en ik elkander hebben gevonden via Maria. In zijn bestand heeft Klaas heel wat meer info over de familie van Maria. Dus voor de geïnteresseerde; www.dewinkelwaar.nl Wel heb ik nog even wat leuke foto's van zijn site gepikt en verhaaltjes van Klaas ontvangen die het lezen waard zijn.
De ouders van Maria. Ale Meester en Anna de Lang. Met dank aan Joke Korver-Weber.
Ale Meester 1834.
Een hele oude foto van Ale.
Ale Meester had een nering in potten en pannen en bediende zijn klanten met een hondenkar. Onderweg naar huis raakte hij wel eens in de “problemen”: Voor zijn thuiskomst bezocht hij het café op de Rolbrêge, enkele 10-tallen meters van zijn huis, alwaar hij een deel van de inkomsten verteerde. Wanneer hij niet meer nuchter was, wilde hij nog wel 'ns ruig met zijn kar omgaan, zodat veel potten en pannen sneuvelden. Daardoor kreeg hij zijn bijnaam “Ale Kapot”.
Antje voor het Spûkhúske ca 1893. Met dank aan Joke Korver-Weber.
'Bij A. Meester aan de Rolbrug klopt en krast het aan de keet', meldt H.F. van Dam op 17 oktober 1893, 'zonder dat men weet wie het doet'. De 'Hepkema' van 23 oktober 1893: 'Het grote nieuws van de laatste dagen is, dat het te Terwispel spookt, ja, ja, niets minder dan dat en dan meent men nog wel te leven in de verlichte eeuw ... Bijna iedere avond hoort men bij Ale Meester vrouw Antje de Lang en kinderen voortdurend kloppen, dat soms zo hevig is, dat het op vrij verre afstand kan worden waargenomen. Eén keer is een schilderij er door van de wand gevallen. Het kloppen wordt nu en dan afgewisseld door geraas, dat veel lijkt op zagen van een timmerman.'
Antje de Lang 1838. Met dank aan Anneke Meester.
Het kleine houten woninkje, ofwel 't Spûkhúske stond in de hoek Rolbrugweg en het begin van de Hanebuurt. Dit huisje stond een paar meter beneden de verharde weg. Dit kwam door het oplopen van de weg naar de Rolbrug. Het kloppen op de wanden van dit huisje was vroeger algemeen bekend en trok veel belangstelling. Volgens overlevering is het zelfs gebeurd, dat een stoomboot met veel mensen, speciaal vanaf Gorredijk naar de rolbrug voer om de geheimzinnige klopgeluiden te horen. Schoolmeester Roorda uit de Tijnje (vader van de bekende communist Gerrit Roorda), heeft nog een nacht in het bewuste woninkje doorgebracht, maar kon niets bespeuren. Uiteindelijk was er sprake van een gerechtelijk onderzoek vanuit Leeuwarden. Toen dit voor de deur stond, was het 'spoeken' plotseling over. Tegelijk bleek de morgen er na het schip van een familie Zwerver, dat er vrij lang gelegen had, te zijn verdwenen, wat te denken gaf. Volgens familieoverlevering werden de klop en zaag geluiden waarschijnlijk veroorzaakt door een strak over het dak gespannen draad die door "een zwerver" werd 'bespeeld'.. Later zou Ale een of andere constructie hebben bedacht waarmee hij stiekem de lamp kon laten bewegen. Bezoekers konden tegen betaling de schommelende spooklamp in ogenschouw nemen. |